aan een ruimte die licht doorlaat
ik verdeel de dag in drie gelijke delen: overtrekkende wolkenvelden, zoeklichten, zwermen jonge spreeuwen.
eerst een opkomen, dan een dansbeweging. het tegen elkaar aanleunen van muren die zo samen, ja, een hoek vormen. daarna een strekoefening die op het hoogste punt een midden vormt. (denk hier een tekening van een huis in klare lijn met daarboven een zon, ernaast, een wiskundige formule die je kunt gebruiken om hoeken te berekenen). twee armen over elkaar geslagen, je knielt steeds dieper tot je de grond raakt, ook je schouder raakt het gras, ook je linkerwang nu. je bootst de schaduwen na terwijl je liggen gaat.
ik vertaal je naar een voelsprietachtig object in een kleine kamer.
als terugkeren een vorm had, zou het dat van een zonnestelsel zijn. iedere 24 uur verplaatsen lichte objecten zich in banen rond elkaar. ze komen op een lijn te staan. onze ontmoeting, een gebouw met doorgangen die op lichte dagen als planeten door de ruimte cirkelen, op andere dagen, een vrouw die bouwt aan een sterrenstelsel van koper en staal.
Deze tekst werd gepubliceerd in ‘Stadsgezicht’, dat mogelijk gemaakt werd door Gemeente Roermond en Maakplaats.